De geschiedenis van Lincoln

Naast een Amerikaanse president is Lincoln ook een Amerikaans merk van luxeauto’s. De Lincoln Motor Company werd in 1917 opgericht door Henry Leland en in 1922 overgenomen door de Ford Motor Company. Ironisch genoeg was Henry Leland voordien ook een van de medeoprichters van Cadillac geweest; Het merk dat later Lincoln’s grootste concurrent werd. Andere concurrenten zijn BMW, Lexus en Mercedes-Benz. Lincoln wordt verkocht in 38 landen via ruim 1500 verkooppunten.

Voorgeschiedenis
In 1902 richtte Henry Leland samen met enkele investeerders het merk Cadillac op uit de as van de failliete Henry Ford Company (van Henry Ford, die een jaar later Ford oprichtte). In 1909 verkocht hij het bedrijf aan General Motors voor $4,5 miljoen. Leland bleef tot 1917 aan het hoofd van Cadillac. Toen de Verenigde Staten dat jaar betrokken raakten bij de Eerste Wereldoorlog wilde hij Cadillac Liberty vliegtuigmotoren laten bouwen. William Durant, de oprichter en directeur van General Motors, weigerde dat. Daarop nam Leland ontslag.

Het begin
Henry Leland, toen al 73 jaar oud, richtte daarop een nieuw bedrijf op om de motoren te bouwen. Hij vernoemde het naar zijn grote idool: Abraham Lincoln. Tot het einde van de Eerste Wereldoorlog bleef zijn Lincoln Motor Company vliegtuigmoteren produceren.

Auto’s
Na de oorlog verbouwde Leland zijn fabrieken om auto’s te gaan bouwen. Het eerste model was de Lincoln L-Series die in 1920 werd geïntroduceerd. Doch kwam het bedrijf al snel in financiële moeilijkheden. Toen Henry Ford hem, op aandringen van zijn zoon Edsel Ford, de kans gaf te verkopen greep hij die. In 1922 werd Lincoln overgenomen door Ford voor $8 miljoen. Leland kwam echter niet overeen met Henry Ford en vertrok in 1923. Lincoln stond op dat moment voor kwalitatief precisiewerk, maar met een oubollige stijl. Edsel Ford huurde verschillende koetswerkbouwers in om een nieuwe moderne stijl te ontwikkelen. Vervolgens werd Lincoln al snel één van de best verkopende luxemerken in de Verenigde Staten, naast Cadillac, Duesenberg en Packard. In 1927 nam Lincoln een greyhound aan als embleem. Later werd het vervangen door het huidige rooster. [3]

De Grote Depressie
In 1931 werd de L-Series opgevolgd door de Lincoln Model K. Die kreeg een V8-motor van 120 pk in het vooronder. Een jaar later begon Ford ook V8’s in te bouwen en kreeg Lincoln een V12 van 150 pk in haar Model KB. De Model KA kreeg een iets kleinere V12 van 125 pk.

Intussen zaten de Verenigde Staten midden in de Grote Depressie van de jaren 1930. De markt voor luxe-auto’s was ingestort en Lincoln’s verkopen gingen sterk achteruit. Twee verschillende V12-motoren verkopen was niet langer verantwoord en in 1934 werden beiden vervangen door een nieuwe V12 van 150 pk.

De verkoop van de grote Model K bleef dalen en in 1936 introduceerde Lincoln de sportievere Lincoln Zephyr. De radicale gestroomlijnde Zephyr hield een groot risico in gezien het fiasco dat Chrysler enkele jaren eerder had meegemaakt met haar Airflow. Doch werd de Zephyr als een prachtige wagen ontvangen waar de Airflow als lelijk was bestempeld. De Zephyr kreeg een V12 van 110 pk mee.

In 1938 liet Edsel Ford op basis van de Zephyr de Continental ontwerpen. Die was oorspronkelijk bedoeld als unieke privé-wagen maar lostte in 1940 de Model K af op de assemblagelijn.

De Tweede Wereldoorlog
De Zephry en de Continental werden gebouwd tot begin 1942 wanneer de productie werd stilgelegd voor de oorlogsproductie van de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog hervatte Lincoln, net als de meeste autoconstructeurs, de productie van haar vooroorlogse modellen. Die werden gebouwd van 1946 tot 1948, maar zonder de aanduiding Zephyr. Tevens waren deze modellen de laatste Amerikaanse productieauto’s die een V12 onder de kap kregen.

Na de Tweede Wereldoorlog
In 1945 werd Lincoln samen met het in 1939 opgerichtte merk Mercury samengebracht in de divisie Lincoln-Mercury. Ook het kortstondige merk Edsel was hier even in ondergebracht. In die periode van 1958 tot 1960 heette de divisie Mercury-Edsel-Lincoln.

Voor 1949 kreeg Lincoln een geheel nieuwe stijl aangemeten. Visueel leek die stijl veel op die van zustermerk Mercury. De V12 motoren werden vervangen door V8’s. Die stijl ging niet lang mee en werd in 1952 weer vervangen door een nieuwe. Hierop gingen Lincoln’s meer op een Ford lijken.

In 1956 kwam de Continental weer terug. Een jaar eerder was de Continental-Divisie opgericht die de Continental Mark II bouwde tot 1957. De Mark II kostte $10.000, toen evenveel als een Rolls-Royce. Toen de divisie werd opgeheven ging het model naar Lincoln waar het vanaf 1961 als de Lincoln Continental Mark III het vlaggeschip van het merk werd.

Doorheen de jaren 1960 bleef de stijl van Lincoln nagenoeg onveranderd. Voor 1970 werd de Continental volledig hertekend. Er kwam ook een optiepakket dat Town Car heette en nog meer luxe toevoegde.

De oliecrises
In 1973 en in 1979 vond een oliecrisis plaats. Het gevolg was dat de benzineprijzen in de VS nagenoeg verdrievoudigden. Autobouwers moesten zuinigere auto’s gaan bouwen en Lincoln probeerde dat in 1977 met de Lincoln Versailles. De verkoop van die aangepaste Ford Granada kwam echter niet van de grond en in 1980 werd hij geschrapt na amper 50.000 exemplaren.

De Continental werd in 1980 verkleind en kreeg een kleinere en zuinigere motor ingebouwd. In 1981 werd de Town Car een model op zich dat de Continental verving als het nieuwe topmodel van het merk. In 1982 werd de naam Continental opnieuw gebruikt voor een volledig nieuw model. Die kleine Lincoln was onder andere verkrijgbaar met een 3,8 l V6. Het was de eerste keer dat Lincoln een motor met minder dan 8 cilinders in haar catalogus had. In 1984 kwam de Mark VII uit die zelfs met een 6-in-lijn turbodiesel van BMW-makelij te verkrijgen was.

In oktober 1996 bouwde Lincoln zijn 5 miljoenste auto. In 1998 was Lincoln nog het best verkochtte luxemerk in de VS. Dat had veel te maken met het succes van de Lincoln Navigator en de nieuwe Town Car. Nog in 1998 verhuisde Lincoln haar hoofdkwartier van Detroit naar Irvine (Californië), midden in de belangrijkste afzetmarkt van luxewagens. Van 1998 tot 2002 maakte het merk deel uit van Ford’s Premier Automotive Group. Toen werd besloten de locale (Amerikaanse) merken te scheiden van de buitenlandse (Europese). De voorbije jaren is Lincoln bij gebrek aan nieuwe modellen steeds verder achteruit gegaan. De divisie werkt momenteel hard om snel nieuwe modellen op de markt te brengen. Tussen 2004 en 2008 zouden er vijf nieuwe moeten uitkomen. Intussen zijn de Lincoln Mark LT en de nieuwe Lincoln Zephyr daarvan de eerste resultaten.

Presidentiële limousines
Lincoln heeft een lange geschiedenis in het leveren van limousines voor de Amerikaanse president. De eerste speciaal voor presidentieel gebruik gebouwde auto was een Lincoln V12 uit 1939 met de bijnaam Sunshine Special. Deze auto werd gebruikt door Franklin D. Roosevelt. Deze limousine bleef in gebruik tot 1950. Toen werd een nieuwe auto verstrekt, een Lincoln Cosmopolitan, bijgenaamd Bubble Top. Deze auto werd gebruikt door de presidenten Truman, Eisenhower, Kennedy en één keer door president Johnson. De auto werd gepensioneerd in 1965.

De auto waarin president Kennedy werd vermoord was een Lincoln Continental cabriolet uit 1961. Deze auto was in gebruik tussen 1961 en 1977. Na de moord op president Kennedy werd de auto stevig verbouwd zodat het een kogelvrije sedan werd. President Nixon gebruikte een Lincoln uit 1969. De presidenten Ford, Carter, Reagan en Bush reden in een Lincoln uit 1972. In 1989 leverde Lincoln zijn voorlopig laatste presidentiële limousine. Concurrent Cadillac leverde er een in 1983, 1993, 2001 en 2004.

FlopHmm...Wel okéGoedTop (nog geen waarderingen)
Loading...