De geschiedenis van Chrysler

Chrysler bestaat ruim tachtig jaar en werd in 1924 opgericht door Walter P. Chrysler en was daarmee een van de laatkomers in de Amerikaanse auto-industrie.

Walter P. Chrysler werd geboren in 1875. Na een carrière in de treinenindustrie, trad hij in 1911 in dienst bij autofabrikant Buick. Hij werd in 1916 eerste man bij Buick en in 1919 ook vice-president bij GM, de moedermaatschappij van Buick. Vanwege conflicten met GM-baas Durant verliet hij Buick begin 1920.

Hij kreeg toen het aanbod om het in financiële problemen verkerende Willys-Overland uit de brand te helpen. Bij Willys ontmoette hij drie ingenieurs (Breer, Skelton en Zeder) die een technisch geavanceerde zescilinder hadden ontworpen. Chrysler zag veel in dit project. Toen hij in 1923 de baas werd bij Maxwell-Chalmers nam hij het drietal in dienst en bracht de auto begin 1924 op markt onder de naam Chrysler Six.

In het eerste jaar werden er meer dan 30.000 stuks van verkocht. In 1925 werd Maxwell-Chalmers omgedoopt in Chrysler Corporation. Chrysler breidde zijn imperium in 1928 fors uit: hij introduceerde twee nieuwe merken (Plymouth en DeSoto) en nam Dodge over.

Chrysler introduceerde in 1934 een auto die veel stof deed opwaaien, de Airflow. Nu wordt de Airflow door velen gezien als één van de meest kenmerkende ontwerpen ooit. Bij de introductie dachten velen daar er anders over. De auto was voor die tijd zeer gestroomlijnd.

De auto werd absoluut niet het succes dat Chrysler had gehoopt. Daarom werd ook al snel met de productie gestopt. Het voornaamste resultaat van de Airflow was dat Chrysler de komende decennia geen avontuurlijke automobielen meer durfde te bouwen.

Walter Chrysler overleed in 1940 en werd opgevolgd door K.T. Keller. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bouwde het concern enorme aantallen legervoertuigen, vliegtuigmotoren, munitie en ander oorlogsapparatuur.

In de eerste naoorlogse jaren waren de auto’s van Chrysler, net als die van de concurrenten, enigszins gemoderniseerde versies van de vooroorlogse modellen. Het eerste echte nieuws bij Chrysler was de introductie van de geheel nieuwe, 180 pk sterke V8-motor met halfbolvormige verbrandingskamers, de zogenoemde ‘Hemi’.

Aangezien de verkoopcijfers midden jaren vijftig terugliepen, moest Chrysler iets doen. En dat deed het in 1955. Chef-ontwerper Virgil Exner had een volledig nieuwe generatie automobielen ontworpen met de zogenoemde ‘Forward Look’-styling. Hiermee was Chrysler in één keer het modernst ogende automerk.

Een tweede verrassing was de C-300. Dit was een uiterst sportieve tweedeurs auto, goed voor 300 pk, die een antwoord moest worden op de Ford Thunderbird en de Chevrolet Corvette. Deze auto’s werden tot 1965 gebouwd. Ze werden bekend onder de naam ‘300 Letter Series’, omdat er elk jaar een nieuwe letter achter de aanduiding 300 kwam.

Na goede verkoopresultaten te hebben behaald in de jaren vijftig en zestig, zakte Chrysler in de jaren zeventig steeds verder weg. Dat werd nog verergerd door de oliecrisis van 1973. Dit leidde ertoe dat Chrysler ook kleinere wagens ging bouwen, zoals de Cordoba en de LeBaron.

Om de steeds verder wegzakkende autoverkopen te stoppen, benoemde Chrysler eind 1978 Lee Iacocca als nieuwe topman. Om het bijna failliete concern te redden greep Iacocca keihard in. Hij ontsloeg niet alleen tienduizenden arbeiders, maar ook 33 van de 35 vice-presidenten.

Omdat dit alles niet genoeg was, vroeg en kreeg hij regeringssteun. Dankzij de introductie van de zogenaamde K-cars, compacte auto’s met voorwielaandrijving die door Dodge en Plymouth worden gebouwd, kreeg hij het concern in een paar jaar weer winstgevend.

In 1984 verschenen voor het eerst de zogenoemde ‘ruimteauto’s’ of MPV’s. In de VS waren ze verkrijgbaar als Dodge Caravan en Plymouth Voyager. Kort daarop verscheen deze auto ook in Europa op de markt. Hier kreeg hij echter de naam Chrysler Voyager.

In 1998 fuseerde Chrysler en Daimler-Benz waardoor het concern DaimlerChrysler ontstond. In datzelfde jaar keerde een beroemde naam terug, de 300 Letter Series. Een zeer opvallende nieuweling in 2000 was de PT Cruiser. De Stratus werd in 2001 opgevolgd door de Sebring. In 2003 kwam Chrysler met een sportcoupé, de Crossfire. Deze wordt aangedreven door een V6-motor van Mercedes.

FlopHmm...Wel okéGoedTop (nog geen waarderingen)
Loading...